Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Mestbeleid LMM
Kies een thema
Algemeen

Bedrijfsvoering

Nutrienten

 
  
Bouwplan - Akkerbouw

Aandeel suikerbieten verder in de lift
12/20/2018
Akkerbouwbedrijven waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is gericht, hebben een vrij stabiel bouwplan. Tussen de regio’s zijn wel verschillen in de aandelen per gewas en de ontwikkeling daarin.

Zo telen akkerbouwbedrijven in de Kleiregio relatief veel wintertarwe (in 2017 26%) en poot- en consumptieaardappelen (24%). Daarnaast kent de Kleiregio het hoogste aandeel overige gewassen, waartoe gewassen als uien en conservengroenten zijn gerekend. Op de bedrijven in de Lössregio vinden we van alle regio’s de hoogste aandelen suikerbieten (20%) en consumptieaardappelen (15%). Net als in de Kleiregio wordt wintertarwe ook in de Lössregio veelvuldig geteeld (25%), maar in de Zandregio komt dat gewas weinig voor. Op de akkerbouwbedrijven in de Zandregio bestaat het gemiddelde bouwplan vooral uit zetmeelaardappelen (22%), voedergewassen (22%) zoals snijmaïs en suikerbieten (15%).

Uitbreiding areaal suikerbieten door aflopen van quotering
Tot 2015 is in alle regio’s een afname van het aandeel suikerbieten te zien geweest. Zo daalde het aandeel suikerbieten in de Kleiregio tussen 2001 en 2015 met bijna de helft (van 16% naar 9%). In die periode kromp het areaal suikerbieten landelijk van 109 duizend naar 58 duizend hectare. Vanaf 2016 vertoont het areaal, mede in verband met het stoppen van de Europese suikermarktordening (per 30 september 2017), weer groei. In 2017 kwam het areaal voor het eerst sinds tien jaar weer boven de 80.000 hectare uit. Het aandeel van de suikerbieten in de kleiregio kwam dat jaar uit op 14%. In de andere regio’s is een vergelijkbare stijging, van 5 procentpunten, tussen 2015 en 2017 zichtbaar.

Steeds groter aandeel voedergewassen
Op de akkerbouwbedrijven is de teelt van voedergewassen zoals snijmais steeds belangrijker geworden. In 2017 werd in de zandregio op gemiddeld 22% van de beteelde oppervlakte een voedergewas geteeld, in 2001 was dit nog 9%. In de lössregio steeg het aandeel voedergewassen iets minder hard, van 10% naar 16%. Een factor die de toegenomen arealen voedergewassen op akkerbouwbedrijven kan verklaren is de graslandeis aan bedrijven die gebruik willen maken van de derogatie op de Nitraatrichtlijn. In de jaren 2006 tot en met 2013 was tenminste 70 procent grasland vereist om voor derogatie in aanmerking te komen, vanaf 2014 is dat minimaal 80 procent geworden. Deze graslandeisen noopte een deel van de melkveebedrijven tot een verhoging van het aandeel grasland, vaak ten koste van mais. Om toch in de maisbehoefte te voorzien, hebben dergelijke veehouders de maisteelt deels uitbesteed aan akkerbouwers. In de laatste jaren hebben de gestegen rundveestapel (meer vraag naar mais) en onrendabele graanprijzen de teelt van voedergewassen op akkerbouwbedrijven verder gestimuleerd.



Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
Ton van Leeuwen
+31 703358215
 


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven