Mijn agrimatie

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Nieuws
         
Update van resultaten melkveebedrijven

8/4/2022

In december 2021 zijn diverse artikelen gepubliceerd waarin gebruik werd gemaakt van voorlopige resultaten over het jaar 2020. Voor deze update zijn de resultaten over 2020 bepaald op basis van een complete set van bedrijfsgegevens. De artikelen gebaseerd op de Landbouwtellingsgegevens gaan over het jaar 2021. Melkveebedrijven in het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) hebben in 2020 gemiddeld 59 ha cultuurgrond en ruim 129 grootvee-eenheden per bedrijf. Daarnaast produceren deze bedrijven gemiddeld 17.600 kg meetmelk per ha voedergewas in 2020. Zowel het bedrijfsareaal als de melkproductie per ha voedergewassen zitten sinds het begin van deze eeuw in een stijgende lijn.

Mestgebruik en beregening
In 2020 is het totale stikstofgebruik door melkveebedrijven in het LMM gemiddeld met bijna 3% toegenomen. Het gebruik van stikstof zowel uit kunstmest als dierlijke mest is iets hoger dan het jaar ervoor. Het stikstofmestgebruik in 2020 wijkt niet veel af van het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. Het gebruik van fosfaat uit dierlijke mest is in 2020 iets lager dan het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. Ten opzichte van 2019 is het fosfaatgebruik uit dierlijke mest in 2020 ruim 1 kg per ha hoger.

Het aandeel van de melkveebedrijven dat beregent, is sinds 2018 toegenomen. In 2020 paste ongeveer 33% van de melkveebedrijven beregening toe. Door middel van beregening wordt getracht om de droogteschade aan de opbrengst en kwaliteit van voedergewassen te beperken en de gebruikte meststoffen zo goed mogelijk te benutten. Vanwege de droogte hebben deze bedrijven de gewassen in de periode 2018-2020 ook intensiever moeten beregenen. In 2020 was dit gemiddeld 79 mm op de beregende oppervlakte. Naast de Zandregio, waar beregening langer gangbaar is, neemt beregening in de Klei- en Veenregio ook toe. De gemiddelde graslandopbrengst in 2020 was 7% lager dan het jaar ervoor, de maisopbrengst was echter 6% hoger. Vooral in de Zandregio had men te kampen met lagere graslandopbrengsten als gevolg van droogte.

Overschotten en benuttingsgraad
De fosfaatoverschotten op melkveebedrijven in het LMM zijn in 2020 gestegen naar gemiddeld 8 kg per ha. Dit is 5 kg fosfaat per ha hoger dan het vijfjaarlijks gemiddelde van 2015-2019. In de Veenregio vond er een daling plaats ten opzichte van het jaar ervoor. In de Klei-, Zand- en Lössregio steeg het overschot per ha. Voor het derde jaar op rij blijft de afvoer van fosfaat per ha op bedrijfsniveau (2020: 60 kg per ha) vrijwel gelijk. Bij een min of meer gelijkblijvende aanvoer per ha op bedrijfsniveau (2020: 68 kg fosfaat per ha) bedroeg het overschot in 2020 8 kg fosfaat per ha. De benuttingsgraad van fosfaat op bodemniveau bedroeg in 2020 gemiddeld 95%, wat betekent dat nagenoeg alle fosfaat toegediend aan het gewas en de bodem wordt benut.

Het gemiddelde stikstofbodemoverschot bedroeg in 2020 157 kg N per ha, wat vergelijkbaar is met het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. Dit overschot is ongeveer 14 kg per ha hoger dan in het voorgaande jaar. In 2020 hadden melkveehouders in de Zandregio een bodemoverschot van gemiddeld 140 kg stikstof per ha. Melkveehouders in de Lössregio hadden een iets lager stikstofbodemoverschot van 139 kg per ha. De collega’s in de Kleiregio (161 kg stikstof per ha) en de Veenregio (198 kg stikstof per ha) zaten daar ruim boven. De benuttingsgraad van stikstof op bodemniveau bedroeg in 2020 gemiddeld 69%. De benuttingsgraad op bodemniveau van stikstof is in het algemeen lager dan die van fosfaat omdat bij stikstof vervluchtiging plaatsvindt.

Volgende update
Bij de eerstvolgende update, naar verwachting in december 2022, zullen de voorlopige resultaten over de bedrijfsvoering in het jaar 2021 worden gepresenteerd. Daarnaast actualiseren we de artikelen over de opzet en de structuur van de bedrijven met het jaar 2021.

Over LMM
Het LMM is ontwikkeld om de effecten van het Nederlandse mestbeleid op de nutriëntenemissies, en vooral de nitraatemissie, uit landbouwbronnen naar het grond- en oppervlaktewater te meten en de effecten van veranderingen in de landbouwpraktijk op deze emissie te volgen. Het RIVM is verantwoordelijk voor de metingen van de waterkwaliteit en Wageningen Economic Research is verantwoordelijk voor de vastlegging van de landbouwpraktijk.

Aanvullende informatie bij dit bericht

Stikstofbemesting per ha grasland
•      

Fosfaatbemesting per ha
•      

Stikstofbedrijfsoverschot per ha
•      

Stikstofbemesting per ha
•      

Stikstofbodemoverschot per ha
•      

Fosfaatbodemoverschot per ha
•      



Contactpersoon
Marga Hoogeveen
070-3358325
 

Andere recente nieuwsberichten
11/22/2022:
11/10/2022:
11/8/2022:
10/24/2022:
10/13/2022:
9/30/2022:
9/27/2022:
9/27/2022:
9/26/2022:
9/19/2022:

Meer nieuws