Agrimatie - informatie over de agrosector





Let op: archief! Er is nieuwe informatie beschikbaar. U bekijkt op dit moment informatie uit het archief die gedurende een bepaalde tijd online heeft gestaan. In dit archief zijn geen (interactieve) grafieken opgenomen.

Onzekerheid troef in varkensvlees, consumentenprijs nog stabiel
7-1-2021

De consumentenprijs staat dit jaar behoorlijk stabiel op circa 117 punten; het is de vraag of dat zo blijft na de – recent - fors gedaalde industrieprijs en af-boerderijprijs. Over de maanden juli tot en met september zijn de drie indices stabiel gebleven. Na september zijn de industrieprijs en af-boerderijprijs echter duidelijk verder gedaald als gevolg van een zeer ruim aanbod op de Europese afzetmarkt en prijsverlagingen op de wereldmarkt.




Prijsontwikkeling
De consumentenprijs van varkensvlees staat dit jaar behoorlijk stabiel op circa 117 punten; het is de vraag of dat zo blijft na de prijsdalingen van de industrieprijs en af-boerderijprijs in mei en juli en de recente forse prijsdalingen. De consumentenprijs voor varkensvlees beweegt zich vrij onafhankelijk van de industrieprijs en volgt prijsveranderingen meestal pas na een aantal maanden, maar de verwachting is dat de prijs mee naar beneden zal bewegen.

De index van de industrieprijzen staat op 105 in september, stabiel ten opzichte van juli, maar 21% lager dan vorig jaar. De opbrengstprijzen voor slachtvarkens volgen sterk de industrieprijs, de index van af boerderij prijzen staat op 112, dat is weliswaar 1,8% hoger dan in juli, maar 24% lager dan vorig jaar. Deze historisch forse daling van de af boerderijprijs, zet zich naar verwachting door richting het eind van 2020. Ook de ontwikkeling van de biggenprijs toont aan dat er nog geen perspectief is op serieus marktherstel. Het is daarmee denkbaar dat 2021 van start zal gaan met grote vraagtekens over de winstgevendheid van de verschillende schakels in de productieketen.

Er is in 2020 een duidelijke omkeer gekomen van een aanbiedersmarkt naar een vragersmarkt. Waar een jaar geleden er wereldwijd een groot tekort was aan varkensvlees, is er dit voorjaar een kentering gekomen. Door uitbraken van Covid-19 waren de afzetmogelijkheden voor varkensvlees naar de foodservice en Zuid-Europese afnemers sterk gereduceerd. Vervolgens moesten diverse slachterijen tijdelijk hun deuren sluiten vanwege zieke werknemers. De werknemers uit het buitenland zijn zeker niet allemaal teruggekomen, met personele onderbezetting tot gevolg. Daar kwam bij dat de Chinese overheid uit angst voor verspreiding van Covid-19 via vlees, de grenzen sloot voor diverse grotere slachterijen.

De verwevenheid van de (Noordwest-)Europese markt is nog eens duidelijk geworden, met de problemen in Duitsland en Denemarken: Afrikaanse varkenspest bij wilde varkens in Duitsland en Covid-19-problemen in de vleesindustrie in Duitsland en Denemarken zorgen ervoor dat zij niet kunnen exporteren naar derde landen. Beide landen bieden hun vlees nu op de Europese markt aan, waardoor er een zeer ruim aanbod is aan varkensvlees, en de prijs fors onder druk staat. De Nederlandse vleesindustrie heeft op het moment geen verhindering om naar China af te zetten en heeft daarmee een duidelijk voordeel op Duitse en Deense concurrenten. De opbrengstprijzen voor afzet naar het buitenland bewegen zich op een hoger niveau dan voor de binnenlandse markt. Tegelijkertijd moet dat voordeel ook niet overschat worden: volumes zijn sinds de zomer duidelijk teruggelopen en ook tegen lagere prijzen. In de aanloop naar het Chinese Nieuwjaar (begin februari) worden voorraden in China opgebouwd, maar die zuigkracht begint op dit moment al wat af te nemen. Daarbij komt dat de binnenlandse Chinese productie zich langzamerhand herstelt en er dus minder vraag naar importvlees komt.

De Nederlandse supermarkten hebben zich voor vers varkensvlees gebonden aan de ketenafspraak Varken van Morgen, die alleen voor Nederlandse varkenshouders geldt. Dit is ook nog een voordeel naast de afzet mogelijkheden naar China, maar het kan de prijs voor varkensvlees niet overeind houden, omdat de Nederlandse vleesindustrie ook een deel van het vlees op de Europese markt moet afzetten. Bij een zelfvoorzieningsgraad van ruim 300% en maar een relatief klein deel export naar China, is de Europese afzetmarkt nog altijd qua volume de belangrijkste. Daardoor is de Nederlandse prijs verweven met die van de concurrenten, omdat deels dezelfde afnemers bediend worden.

De Europese Unie overweegt een steunprogramma voor particuliere opslag van vlees, waarbij er een vergoeding mogelijk is als vlees tijdelijk uit de markt wordt genomen en in opslag genomen wordt. Er is echter al veel vlees in opslag en de opslagduur is beperkt tot een aantal (3-5) maanden, wat te kort is voor marktherstel.


Achtergrond keten en prijsvorming keten (Deze tekst wordt slechts af en toe geactualiseerd)
Het varkensvlees wordt in de supermarkt of bij de slager gekocht. Supermarkten en slagers kopen varkensvlees van de vleesindustrie. Die bestaat uit slachterijen en vleesverwerkers. Slachterijen kopen vleesvarkens van veehouders rechtstreeks of via veehandelaren. Veehouders produceren vleesvarkens in gespecialiseerde bedrijven of gesloten bedrijven. Zeugenbedrijven zijn belangrijke toeleveranciers van biggen voor de gespecialiseerde bedrijven. De gesloten bedrijven produceren de eigen biggen.

Toelichting op drie niveaus
Circa 60% van het varkensvlees en 80% van de vleeswaren wordt in de supermarkt gekocht. Daarnaast loopt ongeveer 35% van het varkensvlees via de buitenhuishoudelijke markt (horeca, ziekenhuizen enzovoort). Consumenten kopen meer varkensvlees in januari, vaak aangemoedigd door reclameacties. Verder wordt meer vlees gekocht in het barbecueseizoen en is er een piek in december. Supermarkten kopen varkensvlees hoofdzakelijk van de Nederlandse vleesindustrie, zeker sinds alle retailers hebben toegezegd om per 2015 voor vers varkensvlees mee te doen met het programma Varkensvlees van morgen, dat van Nederlandse bodem is. Voor een deel wordt dat vlees echter betrokken van Duitse slachterijen die Nederlandse varkens slachten. De verwerking van varkensvlees is voor een belangrijk deel gekoppeld aan de slachterijen. De grootste vier slachterijen hebben een aandeel van circa 90%. Er zijn in 2019 in Nederland 16,6 miljoen varkens geslacht. De vleesindustrie slacht en verwerkt de dieren tot vers vlees en vleeswaren, die voor een groot deel worden geëxporteerd. Voor de productie wordt ook varkensvlees geïmporteerd. De zelfvoorzieningsgraad van de Nederlandse varkensvleesketen bedraagt circa 330%. De in totaal circa 3.400 bedrijven met vleesvarkens produceren 18 miljoen vleesvarkens. Hiervan worden ongeveer 2 miljoen dieren geëxporteerd. Daarnaast worden bijna 7 miljoen biggen over de grens verkocht. Door de Saneringsregeling varkensbedrijven zal het aantal varkens tussen eind 2020 en voorjaar 2021 naar verwachting dalen met 5-10%.

Prijsvorming
De prijsontwikkeling van het pakket varkensvlees dat de consument in de supermarkt koopt, is opvallend vlak, zij het dat de gemiddelde prijs in december iets hoger ligt. De retail heeft een eigen prijsbeleid dat beperkt beïnvloed wordt door de inkoopprijs. Het prijsniveau bij concurrenten, promotieacties en de rol van vlees in het totale productassortiment van supermarkten spelen ook een rol. Prijsbewegingen van industrie (producentenprijs) en boeren (af boerderij) vertonen daarom nauwelijks samenhang met de consumentenprijs. Voor de handel tussen de slachterijen en supermarkten worden jaarcontracten gebruikt. Daarbinnen vindt per vier weken overleg plaats over reclameacties. Afhankelijk van onder andere het weer vinden dagelijks correcties plaats op de bestelde volumes. Slachterijen geven de prijsbewegingen op hun afzetmarkt door aan de varkenshouders. De markten voor varkens en varkensvlees in Noordwest-Europa zijn nauw met elkaar verweven. De prijsvorming is vrij. Door de seizoenseffecten in de afzet op detailhandelsniveau schommelen ook de wekelijkse slachterij- en handelsnoteringen of opbrengsten van vleesvarkens. De EU heeft de laatste jaren een flink gestegen zelfvoorziening in varkensvlees (tot circa 120% in 2019), wat betekent dat de prijsvorming in toenemende mate invloed ondervindt van de prijzen in derde markten buiten Europa.

Prijsindices
De consumentenprijsindex (CPI) is gebaseerd op varkensvlees bij supermarkten en slagers. De producentenprijsindex (PPI) is gebaseerd op de opbrengstprijzen van producenten van vers of gekoeld varkensvlees bij afzet naar het binnenland. De af-boerderijprijs is gebaseerd op de wekelijkse noteringen voor slachtvarkens. De indices zijn herzien, waarbij het jaar 2015 op 100% is gezet.



• Gegevens over de PPI 2012-heden van CBS Statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens).
• Gegevens over de gebruikte PPI 2005-2012 van CBS Statline.
• Gegevens over de gebruikte CPI 2000-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens).