Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Keten in beeld
     
Keten in beeld
Kies een indicator
Structuur van de keten - Aardappel

De aardappelketen in beeld
4-10-2016

Aardappeltelers zijn veelal gespecialiseerd in de teelt van aardappelen voor een van de drie afzetmarkten: poot-, consumptie- of zetmeelaardappelen. Pootaardappelen, aardappelen die het volgende seizoen weer als uitgangsmateriaal worden gebruikt, brengen veelal hogere prijzen op dan consumptie- of zetmeelaardappelen.

De Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK) voert veldkeuringen, nacontroles en partijkeuringen uit op bijna 500 aardappelrassen en ziet erop toe dat de aardappelen die als pootgoed worden aangeboden aan de fytosanitaire en kwaliteitseisen voldoen. Voldoen ze niet of zijn ze als pootgoed onverkoopbaar, dan worden ze als consumptie- of voeraardappelen bestemd. Van de 500 rassen die worden vermeerderd, worden er in Nederland 90 geconsumeerd; de meeste rassen gaan naar de exportmarkten waar consumenten andere producteisen/wensen hebben wat betreft schilkleur, wit of geelvlezig, kookeigenschappen of waar de productieomstandigheden anders zijn dan in Nederland. Zetmeelaardappelen worden veelal op contractbasis geteeld en gebruikt voor de productie van aardappelzetmeel en aardappeleiwit. Deze aardappelen worden verwerkt door AVEBE U.A. en gebruikt voor diverse voedingsmiddelen en technische toepassingen.

Er waren in 2015 1.510 bedrijven die zetmeelaardappelen telen. Het areaal zetmeelaardappelen toont een geleidelijk dalende tendens. Het bedroeg in 2005 ruim 51.000 ha, tegen 42.000 ha in 2015. De wijzigingen in het Europese marktordeningsbeleid in 2014 zijn hier met name debet aan. Bij consumptieaardappelen is het areaal het laatste decennium redelijk stabiel en schommelt het rond de 70.000 ha. In 2015 waren er 6.740 bedrijven met teelt van consumptieaardappelen. Het areaal pootgoedaardappelen is vrij constant en bedraagt sinds de eeuwwisseling ongeveer 40.000 ha. In 2015 teelden 2.420 bedrijven pootaardappelen.

Pootaardappelen wereldwijd afgezet, consumptieaardappelen vooral ‘bij de buren’
De oogst van pootaardappelen in 2015 bedroeg 1,5 miljoen ton. Ongeveer 1 miljoen ton hiervan werd goedgekeurd (gecertificeerd) door de NAK. De laatste jaren is deze verhouding niet drastisch veranderd. De binnenlandse productie van consumptieaardappelen ligt de laatste 10 jaar gemiddeld op ruim 3,5 miljoen ton. In 2014 lag de oogst boven dit gemiddelde (Figuur). Bij zetmeelaardappelen blijft de productie ondanks het krimpende areaal redelijk stabiel, zo’n 1,8 miljoen ton.

Nederland is wereldwijd de grootste exporteur van pootaardappelen. Ruim 75% van de goedgekeurde pootaardappelenproductie wordt geëxporteerd. Handelshuizen zoals Agrico en HZPC zijn grote spelers die ook buitenlandse dochterondernemingen en deelnemingen hebben. Voor de ontwikkeling van nieuwe rassen investeren handelshuizen en veredelaars voortdurend in nieuwe kweektechnieken (onder andere miniknollen, aardappelzaad). Van de 770.000 ton (oogst 2014) export gaat meer dan 60% naar belangrijke afzetmarkten als Algerije, Duitsland, België, Egypte, Italië en Spanje. De onrustige geopolitieke verhoudingen zoals Russische importbeperkingen en de instabiele situatie in het Midden-Oosten spelen de handelshuizen en exporteurs van pootgoed en aardappelen parten. De laatste jaren is ondanks de onrustige situatie aldaar exportgroei naar de Noord-Afrikaanse landen en het Midden-Oosten. De uitvoer naar de regio Zuidwest-Europa daalt, uitzonderingen daargelaten. Er wordt nog net iets meer naar Europese bestemmingen geëxporteerd dan naar andere landen.

Globaal overzicht consumptieaardappelketen, 2014 (* 1.000 ton)
Bron: Diverse bronnen, samenstelling Wageningen Economic Research.


Hoewel Nederland zelf veel consumptieaardappelen produceert, worden er ook veel verse consumptieaardappelen geïmporteerd. Ook is er beperkte import van verwerkte aardappelen. Nederland kent een omvangrijke aardappelverwerkende industrie. Grote marktpartijen zijn Aviko, Farm Frites, McCain en Lamb Weston/Meijer. Door de Nederlandse productie en het importaanbod te combineren, kunnen deze fabrieken de productiecapaciteit optimaal gebruiken en voldoen aan de nog steeds groeiende exportvraag. De import komt met name uit buurlanden en voor vroege aardappelen voor de versmarkt (tafelaardappel) uit landen rond de Middellandse Zee.

In 2015 verwerkte de aardappelverwerkende industrie (inclusief industriële schilbedrijven) 3,8 miljoen ton consumptieaardappelen tot 1,6 miljoen ton verwerkt product (frites) en 0,4 miljoen ton tot ander verwerkt product (onder andere snacks). Industriële schilbedrijven verwerken per jaar circa 420.000 ton. Van de 2 miljoen ton verwerkt product wordt 85% geëxporteerd, 80% binnen de EU en 20% naar derde landen. De aardappelverwerkende industrie investeert om de productie te optimaliseren en steeds duurzamer te produceren. Reductie van energieverbruik, hergebruik van proceswater en mogelijkheden voor het opwaarderen en verwaarden van bijproducten maken dat de verwerking voortdurend efficiënter wordt.

Nederland steeds minder een land van aardappeleters
Bij het verwerkingsproces komen bijproducten vrij die worden afgezet als vochtrijke voedermiddelen voor de rundvee- en varkenshouderij. In 2015 ging het om 0,6 miljoen ton (VAVI). De export van consumptie¬aardappelen ligt rond de 1 miljoen ton; het meeste gaat naar België, en Duitsland. De export van consumptieaardappelen naar Rusland ligt sinds 2014 stil door de Russische boycot. Ook veel tot ingevroren product verwerkte aardappelen vinden hun weg naar het buitenland; met name het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zijn belangrijke exportmarkten. Naast Europa is het Midden-Oosten een belangrijk afzetgebied, vooral Saoedi-Arabië.

Een deel van de consumptieaardappelen wordt gesorteerd, verpakt en als verse tafelaardappel afgezet of geëxporteerd. De omvang van de Nederlandse tafelaardappelmarkt is de afgelopen jaren verder gedaald (brancheorganisatie NAO). Om de consument te overtuigen aardappelen te blijven eten is vanuit de sector de promotiecampagne ‘Power to the Pieper’ gestart. Nederlanders eten gemiddeld 86 kg aardappelen, waarvan 53 kilo vers en 33 kilo als verwerkt product. De markt van koelverse aardappelproducten (geschilde aardappelen) groeit en speelt in op trends als gemak, smaak en vers.

Het aardappelbedrijfsleven participeert in de nieuwe brancheorganisatie Akkerbouw (BO-akkerbouw) die in 2016 is opgericht na opheffing van de Productschappen. Naast initiatie van onderzoek en innovatie verzamelt en verstrekt BO-akkerbouw markt- en prijsinformatie. Het levert transactielijsten aan voor de wekelijkse aardappelnotering, doet voorraadmetingen en verzamelt en publiceert verwerkingscijfers van de aardappelverwerkende industrie (www.bo-akkerbouw.nl). Het prijsinformatiesysteem Agriprins, dat in 2012 is geïntroduceerd, is wegens gebrek aan draagvlak gestopt. Ruim 70% van de consumptieaardappelen wordt voor aanvang van de teelt door afnemers gecontracteerd. Naast bestaande contractvormen zoals vaste prijs- en poolcontracten is het klikcontract geïntroduceerd. Bij een klikcontract is de prijsbasis gebaseerd op de actuele stand op termijnmarkt. Telers kunnen zelf bepalen wanneer ze de aardappelen willen vastklikken voor de op dat moment geldende prijs op de termijnmarkt.



Kies een sector
Contactpersoon
Petra Berkhout
070 3358103
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven