Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Keten in beeld
     
Keten in beeld
Kies een indicator
Structuur van de keten - Pluimveehouderij

De pluimveevleesketen
4-10-2016

In 2014 werden op 2.160 pluimveebedrijven ruim 100 mln. stuks pluimvee gehouden. De pluimveesector biedt werkgelegenheid aan 25.000 personen. In bijna elke schakel is export belangrijk. Voor de broederijen en exporteurs van broedeieren is de laatste jaren het belang van export verder toegenomen. Momenteel wordt circa 35% van de Nederlandse productie geëxporteerd als broedei. Ook voor de slachterijen en uitsnijderijen is de export belangrijk.

De bruto productiewaarde van de pluimveehouderij in Nederland bedraagt circa 1,5 mrd. euro. Dit is 6% van de productiewaarde van de land- en tuinbouw. Opgesplitst naar de deelsectoren is de bijdrage van de eiersector 650 mln. euro en van de pluimveevleessector 850 mln. euro. In 2014 werden op 2.160 pluimveebedrijven ruim 100 mln. stuks pluimvee gehouden. De pluimveesector biedt werkgelegenheid aan 25.000 personen.
Pluimveevlees wordt geproduceerd door meerdere soorten pluimvee op de primaire bedrijven. Veruit het belangrijkste zijn de vleeskuikens, op ruime afstand gevolgd door kalkoenen en eenden. Van ruim 600 bedrijven worden jaarlijks - in 7 rondes - meer dan 400 miljoen vleeskuikens geleverd aan de slachterijen.

Keten
De productie van pluimveevlees vindt plaats in een productieketen met daarin meerdere opeenvolgende schakels die elk een gespecialiseerde taak voor rekening nemen. De keten is een samenspel van specialismen waarin fokkerij, vermeerderaar, broederij, pluimveehouder en slachter/verwerker samenwerken. De figuur geeft de hoofdlijnen van de keten. In de top van de keten staan de reproductiebedrijven (vermeerdering) die broedeieren produceren die vervolgens in gespecialiseerde broederijen worden uitgebroed tot eendagskuikens. Daarna worden de eendagskuikens bij vleeskuikenhouders gehouden tot een gewicht van 1,8 tot 2,6 kg om vervolgens getransporteerd te worden naar een pluimveeslachterij.
In bijna elke schakel is export belangrijk. Voor de broederijen en exporteurs van broedeieren is de laatste jaren het belang van export verder toegenomen. Momenteel wordt circa 35% van de Nederlandse productie geëxporteerd als broedei, waarbij Rusland veruit de belangrijkste bestemming is. Ook voor de slachterijen en uitsnijderijen is de export belangrijk. Verse kipdelen (kipfilet) worden geëxporteerd naar Duitsland en het VK, terwijl voor bevroren producten (poten en bouten) landen in Afrika en Azië belangrijke bestemmingen zijn.

De keten rond de vleeskuikenhouderij, 2012/2013
Bron: Diverse bronnen, zie de voetnoten.
 
Vrijhandel
De pluimveevleessector sector wordt gekenmerkt door enerzijds een grote export en anderzijds een grote import van pluimveevlees. De export is vooral gericht op afzet van hoogwaardige kipfilet naar de omringende landen. Daarnaast is er een substantiële import van kuikenvlees (vooral bevroren kipfilet) uit Brazilië en, in mindere mate, uit Thailand. Dit vlees vindt vooral zijn bestemming naar de verwerkende industrie.
De EU is in overleg met een aantal landen om via bilaterale handelsakkoorden te komen tot meer vrijhandel. Het overleg met de VS binnen het zogenaamde TTIP-overleg krijgt daarbij veel aandacht. De Europese pluimveevleessector kan niet concurreren op kostprijs met lage kosten landen zoals de VS, Brazilië en Argentinië (Van Horne, 2014). In de huidige situatie wordt de Europese pluimveevleessector beschermd door een stelsel quota en invoerheffingen. Bij een substantiële verlaging van de invoerheffingen zal de invoer uit derde landen toenemen waardoor de positie van de Europese industrie verder verzwakt zal worden.

Vogelgriep
De pluimveesector kreeg in november 2014 te maken met een uitbraak van hoog pathogene vogelgriep. In november en december zijn op acht bedrijven in totaal 350.000 dieren geruimd. Het LEI heeft berekend dat in de periode 16 november tot eind januari 2015 de totale directe schade voor de sector tussen de 49 en 56 mln. bedroeg (www.wageningenur.nl). Deze directe schade heeft betrekking op de bestrijdingskosten (o.a. organisatie overheid, waarde dieren, taxatie, destructie), vervoersverboden, exportbelemmeringen en suboptimale ketenplanning. Het genoemde bedrag is exclusief de zogenaamde gevolgschade. De gevolgschade heeft betrekking op het verlies van markten, waardoor de opbrengstprijzen voor langere tijd onder druk staan. Circa 25% van het pluimveevlees wordt afgezet in derde landen die na een uitbraak van vogelgriep veelal voor 3 maanden de grenzen sluiten voor het Nederlandse product. Een nadere specificatie van de schadeberekening geeft aan dat 60 tot 70% van directe schade voor rekening komt van de pluimveevleessector en dan vooral de slachterijen, vermeerderaars en exporteurs van broedeieren. Ook de gevolgschade komt vooral voor rekening van de pluimveevleessector.

Tussensegment
Een belangrijke recente ontwikkeling in de pluimveevleessector is de opkomst van het zogenaamde tussensegment. Naast het gangbare en het biologische pluimveevlees ligt er nu scharrelpluimveevlees in het merendeel van de Nederlandse winkels. Een groep vleeskuikenhouders produceert scharrelkuikens volgens de regels van het Beter Leven kenmerk (1 ster) met een lager groeiniveau (langzaam groeiend ras), meer ruimte, daglicht en met toegang tot een overdekte uitloop. De productie is de laatste jaren snel toegenomen van 4 miljoen vleeskuikens in 2010 naar 14 miljoen in 2013. In 2013 lag het aandeel duurzame kip - volgens de definitie van de Monitor Duurzame Voeding - op 9% van de totale omzet in supermarkten, speciaalzaken en de buitenhuishoudelijke markt (MDV, 2014).

Daarnaast verkopen steeds meer supermarktketens kip die geproduceerd is volgens de specificaties van de ‘Kip van Morgen’ of vergelijkbare concepten. De bekendste voorbeelden zijn de Hollandse kip van Albert Heijn en de Nieuwe standaard Kip van Jumbo. Supermarkt Dirk en Deka verkopen kip met het etiket ‘afkomstig van langzaam groeiend ras’. De afspraken over de inkoopspecificaties die de ketenpartners gemaakt hebben omtrent de ‘Kip van Morgen’ zijn door de ACM afgewezen; de ACM stelt dat deze afspraken “een beperking van de concurrentie opleveren op de markt voor de verkoop van kippenvlees aan consumenten” (ACM, 2015:1). Daarom komt elke supermarktketen nu met een eigen variant voor een nieuw basis product in het kipsegment. Centrale vraag daarbij is of inderdaad de reguliere kip te zijner tijd uit de schappen gaat verdwijnen.





Kies een sector
Contactpersoon
Petra Berkhout
070 3358103
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven