Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Keten in beeld
     
Keten in beeld
Kies een indicator
Sectorbeschrijving - Voedingsindustrie

Groei in de voedingsmiddelenindustrie
18-12-2017

Het aantal bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie groeit nog ieder jaar, zo ook in 2016. De meest recente cijfers over de werkgelegenheid, de omzet en de arbeidsproductiviteit zijn van 2015 en laten eveneens een groei zien.



In 2016 steeg het aantal bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie (vmi) van 5.210 naar 5.275 (CBS 4e kwartaal 2016). De werkgelegenheid stijgt over 2015 met 2% naar bijna 156.000 personen (CBS, per december 2015). Tot de vmi worden diverse industrieën gerekend, van de groente- en fruitverwerkende industrie tot slachterijen, de vleeswarenindustrie en de brood- en deegwarenindustrie; de dranken- en tabaksindustrie vallen er buiten.



Bijna één op de zes werknemers in de Nederlandse industrie werkt in de vmi. Hoewel het aantal banen in de vmi in 2015 toenam, bleef het aandeel in het totaal aantal banen in de industrie nagenoeg gelijk. De netto-omzet steeg met ruim 3 miljard, naar 65,2 miljard euro. Met een aandeel van bijna 20% in de omzet van de Nederlandse industrie vormt de vmi een belangrijk en groeiend onderdeel (CBS, 2015). De bruto toegevoegde waarde is 11,6 miljard euro. Het aandeel in de totale bruto toegevoegde waarde van de industrie lag tot 2013 rond de 15% en sinds 2014 rond de 16%. De bruto toegevoegde waarde van de totale industrie maakt nog geen 12% uit van de totale bruto toegevoegde waarde in Nederland, dit komt omdat de commerciële dienstverlening groot is; deze sector heeft een aandeel van bijna 54%.

Zowel de netto-omzet per werkzame persoon als de arbeidsproductiviteit (de bruto toegevoegde waarde per werknemer) liggen hoger in de vmi dan in de industrie gemiddeld. Respectievelijk is het 117.000 en 504.000 euro in de vmi versus 109.000 en 419.000 in de industrie. De arbeidsproductiviteit ligt nog hoger in de dranken- en genotmiddelenindustrie, maar de netto-omzet per werknemer is er ongeveer gelijk.  

De slachterijen en vleesverwerkende industrie en de zuivelindustrie zijn met omzetaandelen van respectievelijk 15,7% en 18,3% de belangrijkste sectoren binnen de vmi (CBS 4e kwartaal 2015). Qua werkgelegenheid zijn de brood- en banketvervaardiging, slachterijen en vleesverwerking en zuivelsectoren het grootst met respectievelijk 30,2, 18,7 en 12,5%. De arbeidsproductiviteit is in de vis- en vleesverwerkende industrie en de brood- en banketvervaardiging het laagst. De zuivelindustrie ligt boven het gemiddelde. In de sectoren waar de arbeidsproductiviteit laag is, vormen de loonkosten een groot deel van de bedrijfskosten.

Zie voor meer informatie ook de monitor Levensmiddelen industrie FNLI

Definities
Bruto toegevoegde waarde: totale bedrijfsopbrengst minus de inkoopwaarde en de overige kosten.
Definitie arbeidsproductiviteit: de bruto toegevoegde waarde/per werknemer (arbeidsvolume)





Kies een sector
Contactpersoon
Elsje Oosterkamp
0317 484655
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven