Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Uitgaven voeding
     
Uitgaven voeding
Kies een indicator
Beschouwing duurzame consumptie - Levensmiddelen

Duurzaam consumeren: een kwestie van afwegingen maken
Verschillende benaderingen van duurzaam voedsel
Duurzaam voedsel is een breed begrip dat op verschillende manieren wordt omschreven. Zo geeft Clubgreen, een denktank van zo’n 300 experts op duurzaamheidsgebied, aan dat voedsel duurzaam is als het duurzaam is geproduceerd. Bij duurzame productie gaat het om de volgende drie aspecten: (1) er wordt zo zuinig mogelijk omgegaan met natuurlijke bronnen zoals water, energie en land; (2) er wordt voor gezorgd dat er zo weinig mogelijk verontreinigende stoffen zoals bestrijdingsmiddelen, antibiotica en CO2 in het milieu komen; en (3) de mensen en dieren die bij de productie betrokken zijn worden zo goed mogelijk behandeld (Clubgreen, 2016).

De FAO (2010) borduurt voort op het Brundtlandrapport van de VN(1987) en betrekt ook de toekomstige generaties in haar definitie van een duurzaam voedselpatroon: dat is een voedselpatroon met een lage milieubelasting dat bijdraagt aan voedsel- en nutriëntenzekerheid en gezondheid voor de huidige en toekomstige generaties. Het houdt daarnaast rekening met de biodiversiteit en ecosystemen, is cultureel aanvaardbaar, toegankelijk, economisch eerlijk en betaalbaar, biedt voldoende, veilige en gezonde voedingsstoffen, en optimaliseert de inzet van natuurlijke bronnen en mensen.

Het Nederlandse Voedingscentrum (2016) bekijkt duurzaam voedsel vanuit een heel praktische hoek: duurzaam eten is minder eten. Het geeft daarbij als leidraad om niet meer te eten dan in de zogenaamde Schijf van Vijf wordt aangeraden, minder dierlijke en meer plantaardige producten te consumeren en geen voedsel te verspillen. Met dit laatste aspect belanden we bij circulaire voedselsystemen (Rood et al., 2016), waarin het beheer en gebruik van hulpbronnen wordt geoptimaliseerd, voedselverspilling wordt voorkomen, en reststromen worden gebruikt.

Afwegingsproblemen bij kiezen duurzaam voedsel
Voor een consument die duurzaam wil eten, is het advies van het Voedingscentrum om niet meer te eten dan een mens nodig heeft, meer plantaardig en minder dierlijk voedsel te consumeren, en geen voedsel te verspillen vrij eenvoudig op te volgen. De Consumentenbond (2016) voegt daaraan het advies toe om seizoensgroenten en -fruit te eten, die kortere transportafstanden hebben dan uit het buitenland geïmporteerde groenten en fruit.

Als de consument echter nog een stap verder wil gaan, loopt hij tegen een aantal afwegingsproblemen op. Biologische producten worden zonder chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest geproduceerd en hebben daardoor minder negatieve effecten voor het milieu dan gangbare producten. Aan de andere kant vergen biologische producten door de extensieve teeltwijze meer grond dan gangbare producten, wat ten koste zou (kunnen) gaan van bijvoorbeeld natuurgebieden. Dit argument speelt vooral in het debat over de vraag of biologische landbouw de wereld wel kan voeden.

De duurzame consument staat dus voor de keuze welk argument voor hem of haar het zwaarst weegt: minder milieubelasting of efficiënt gebruik van hulpbronnen. Daarnaast zijn er nog tal van andere afwegingen voor de duurzame consument. Verpakte gewassen sla in een plastic zak vergt hoogstwaarschijnlijk minder water voor het schoonmaken dan als de consument een hele krop sla koopt en die zelf wast. Wel kan de krop sla zonder zak worden gekocht, wat verpakkingsmateriaal bespaart. Paprika’s uit een Nederlandse kas hoeven slechts een korte afstand af te leggen naar de Nederlandse consument in vergelijking met een paprika die in Spanje in de opengrond is verbouwd. Dat kost minder energie voor transport, maar voor de verwarming van de kas is ook energie nodig. De diervriendelijkheid van de productie van scharrelkippen met uitloop wordt door de consument hoger geacht dan die van kippen uit de gangbare pluimveehouderij, maar scharrelkippen hebben circa twee keer zoveel ruimte nodig als gangbare kippen (Wijk-Jansen et al., 2009). Daarnaast stoten scharrelkippen meer broeikasgassen uit doordat ze langer leven dan gangbare kippen. Bij voedsel dat direct bij de boer op kringloopbedrijven wordt gekocht, is gebruik gemaakt van gesloten kringlopen. Ook heeft de boer dan niet te maken met afspraken met afnemers in de keten, waardoor hij een ‘eerlijke’ prijs voor zijn product krijgt. Wel leidt het bezoek aan diverse bedrijven op enige afstand om de boodschappenmand te vullen tot hogere transportkosten dan een eenmalig bezoek aan de supermarkt waar alles tegelijkertijd kan worden aangeschaft.

Verschillende duurzaamheidsaspecten kunnen niet worden opgeteld tot één indicator
Omdat de verschillende duurzaamheidsaspecten net als appels en peren niet bij elkaar op te tellen zijn, bestaat er geen indicator die de mate van duurzaamheid ten aanzien van alle aspecten zoals milieu, efficiënt gebruik van bronnen, dierenwelzijn, gezondheid, veiligheid enzovoort aangeeft (Voedingscentrum, 2016). Wel bestaan er voor deelaspecten duurzaamheidsindicatoren. Zo geeft de ecologische voedselafdruk een score voor de milieubelasting van een product, de watervoetafdruk een score voor het waterverbruik, en de VISwijzer (2016) een score voor effecten op biodiversiteit. Doordat deze instrumenten via apps beschikbaar zijn, kunnen consumenten in de winkel gemakkelijk voor elk product de duurzaamheidsscore per deelaspect bepalen.

Keurmerken bieden niet echt uitkomst
Veel producten hebben een keurmerk zoals biologisch, Beter Leven, Fairtrade, het vinkje van ‘Ik kies bewust’, het klavertje van ‘Gezonde keuze’, Certificaat Scharrelvlees, Marine Stewardship Council, Vrije-uitloopeieren, Gras Keurmerk, UTZ, Milieukeur, Demeter en Beter Leven. Deze keurmerken zijn bedoeld om aan te geven dat een product of dienst aan bepaalde eisen voldoet (ACM, 2016). Ze hebben meestal betrekking op één of enkele aspecten van het product, zoals de milieuvriendelijkheid of dierenwelzijn van het productieproces of de mate van eerlijke handel. Daarmee bieden ze geen uitkomst voor de consument die een afweging wil maken van alle duurzaamheidsaspecten. Bovendien blijkt dat consumenten met de huidige grote hoeveelheid keurmerken niet goed uit de voeten kunnen: consumenten weten niet precies waar welk keurmerk voor staat en hoe zij de waarde van een keurmerk kunnen controleren (ACM, 2016). Consumenten geven dan ook aan dat eerdere ervaringen met een product en de prijs de grootste invloed hebben bij de beslissing om tot aankoop over te gaan. Willen keurmerken een grotere rol spelen in de aankoopbeslissing van consumenten, dan is het raadzaam om het aantal keurmerken drastisch te beperken tot enkele keurmerken waarvan iedereen weet waar ze voor staan.

Bij gebrek aan goede indicatoren of keurmerken die een allesomvattende afweging van alle duurzaamheidaspecten van voedsel kunnen geven, lijkt het volgen van het advies van het Voedingscentrum en de Consumentenbond voor consumenten die duurzamer willen gaan eten een goed alternatief: minder eten, meer plantaardige producten, minder vlees, seizoensgroenten en -fruit uit Nederland en geen voedselverspilling. Op die manier kan veel duurzaamheidswinst voor veel verschillende aspecten worden behaald. Willen consumenten verder gaan op het pad van duurzaam eten en hun voedselpatroon op een bepaald aspect duurzamer maken, dan gaat dit meestal ten koste van de duurzaamheid van een ander aspect. Bij de afweging van het ene duurzaamheidsaspect tegen het andere kunnen consumenten worden ondersteund door het werken met een klein aantal duidelijke keurmerken en apps die voor producten de duurzaamheidsscore per aspect aangeven (Dagevos, 2016).


Kies een sector
Contactpersoon
Ida Terluin
070 3358348
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • ACM (2016). ACM over keurmerken.
  • ClubGreen (2016). Duurzaam voedsel.
  • Consumentenbond (2016). Duurzaam boodschappen doen.
  • Dagevos, H. (2016). Over het keurmerkenwourd en de dolende consument
  • FAO (Food and Agriculture Organization of the United Nations) (2010). Sustainable diets and biodiversity: directions and solutions for policy, research and action. Rome, International Scientific Symposium Biodiversity and Sustainable Diets United against Hunger.
  • Rood, T., H. Muilwijk en H. Westhoek (2016). Voedsel voor de circulaire economie. Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving, PBL-publicatienummer 2145
  • VISwijzer (2016). Hoe werkt de VISwijzer?
  • Voedingscentrum (2016). Duurzaam eten.
  • Wijk-Jansen, E., K. Hoogendam en T. Bakker (2009). Het Beter Leven-kenmerk; De beleving van biologische consumenten. Den Haag, LEI-rapport 2009-094


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven