Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Structuur
     
Structuur
Kies een indicator
Standaardverdiencapaciteit - Land- en tuinbouw

Grote en toenemende verschillen in bedrijfsomvang

De bedrijfsomvang van de Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven loopt enorm uiteen, van een grote groep zeer kleine bedrijven (43% van alle bedrijven in 2015) tot een kleine groep zeer grote bedrijven (6% in 2015). De eerste groep vertegenwoordigt slechts 3% van de totale toegevoegde waarde (op basis van de Standaardverdiencapaciteit- SVC), terwijl de tweede groep goed is voor 43%. De bedrijfsomvang is uitgedrukt in de Standaardverdiencapaciteit (SVC), een maat voor de toegevoegde waarde. 




Tussen 2010 en 2015 is het aantal (zeer) kleine bedrijven sterk gedaald (-22%) en het aantal (zeer) grote bedrijven fors toegenomen (+26%) (Figuur). 


Veel ‘zeer kleine’ bedrijven binnen de akkerbouw
De Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven behoren in hoofdzaak (72% in 2015) tot de (meer) grondgebonden bedrijfstypen akkerbouw-, melkvee- en overige graasdierbedrijven. Vrijwel alle (92%) overige graasdierbedrijven en 58% van de akkerbouwbedrijven worden op basis van de verdiencapaciteit (SVC) als ‘zeer klein’ aangeduid. Veelal zijn dat bedrijven van oudere ondernemers die inmiddels zijn gestopt met hun bedrijf, maar nog wat grond of dieren aanhouden en daardoor in de statistieken opgenomen blijven. In een aantal gevallen wordt die grond bewerkt door grotere bedrijven in de buurt of door loonwerkers, waardoor de productie soms efficiënter verloopt dan de structuurdata suggereren. De overige bedrijfstypen hebben een minder uitgesproken bedrijfsgrootteverdeling. In de glastuinbouw behoren relatief veel bedrijven tot de zeer grote bedrijven, in de melkveehouderij ligt het zwaartepunt bij de (middel)grote bedrijven.

Sterke toename bedrijfsomvang binnen intensieve sectoren
De gemiddelde bedrijfsomvang steeg van 68.000 euro SVC in 2010 tot 86.000 euro SVC in 2015 (+26%, figuur). Binnen de intensieve veehouderij en glastuinbouw nam de gemiddelde bedrijfsomvang het sterkst toe (47% en 43%), wat voor een deel samenhangt met een groot aantal (kleine) bedrijven dat is beëindigd. Ook de gemiddelde bedrijfsomvang van de melkveebedrijven is in aanloop naar het einde van de melkquotering behoorlijk gegroeid (+36%), wat vooral komt door bedrijfsuitbreiding en minder door het stoppen van (kleine) bedrijven. Binnen de akkerbouw is de gemiddelde omvang maar heel licht toegenomen (+7%).



Kies een sector
Contactpersoon
Walter van Everdingen
070-3358312
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Meer informatie over SO, SVC of NSO-typering is opgenomen in de notities over de NSO-typering die beschikbaar zijn op de website van het LEI. Daar is ook een link opgenomen naar een rekenmodule, waarmee u zelf kunt rekenen aan de kengetallen.

Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven