Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Macro-economie
     
Macro-economie
Kies een indicator
Betekenis van de agrosector - Grondgebonden veehouderij

Relatief lage toegevoegde waarde per arbeidskracht op de primaire bedrijven
4-10-2016

De toegevoegde waarde van het grondgebonden veehouderijcomplex bedroeg in 2014 1,6% van de nationale toegevoegde waarde. De totale werkgelegenheid van het grondgebonden veehouderijcomplex beliep in 2014 zo’n 155.000 arbeidsjaren, waarvan ruim een derde werkgelegenheid is op de primaire bedrijven. Dit aandeel is aanzienlijk hoger dan het aandeel van de primaire bedrijven in de toegevoegde waarde. 




Het grondgebonden veehouderijcomplex bestaat uit de primaire rundveehouderijbedrijven en de overige veehouderijbedrijven (schapen, paarden en geiten) (35.202 in 2014), slachterijen, de zuivelindustrie, en de toeleveranciers en distributiebedrijven voor het deel dat deze sectoren aan de primaire grondgebonden veehouderijbedrijven of de verwerkende industrieën leveren. Tot de belangrijkste leveranciers van het grondgebonden veehouderijcomplex horen onder meer de loonwerkbedrijven en de kunstmestindustrie.

Toegevoegde waarde
De toegevoegde waarde van het grondgebonden veehouderijcomplex nam in 2014 toe tot 1,6% van de nationale toegevoegde waarde. De stijging werd voor een groot deel gegenereerd op de primaire melkveebedrijven, die een hoger volume tegen hogere prijzen dan in 2013 konden afzetten. 



In onze berekeningen gaan we ervan uit dat de toegevoegde waarde van het grondgebonden veehouderijcomplex volledig samenhangt met de verwerking van binnenlandse agrarische grondstoffen; de hoeveelheid geïmporteerde agrarische grondstoffen is zo klein dat een opsplitsing van het grondgebonden veehouderijcomplex naar binnen- en buitenlandse grondstoffen niet relevant is. Zoals eerder aangegeven (zie de tekst bij het akkerbouwcomplex), hangt dit samen met het feit dat de import van veevoergrondstoffen wordt toegerekend aan het akkerbouwcomplex. Bijna de helft van de toegevoegde waarde wordt gegenereerd door de toeleveranciers; de primaire bedrijven en de verwerkende industrie leveren elk een vijfde. Bij de distributie komt een tiende van de toegevoegde waarde van dit complex tot stand.

Werkgelegenheid
De totale werkgelegenheid van het grondgebonden veehouderijcomplex bedroeg in 2014 zo’n 155.000 arbeidsjaren (Figuur), waarvan ruim een derde werkgelegenheid is op de primaire bedrijven. Dit aandeel is aanzienlijk hoger dan het aandeel van de primaire bedrijven in de toegevoegde waarde van het grondgebonden veehouderijcomplex, wat duidt op een relatief lage toegevoegde waarde per arbeidskracht op de primaire bedrijven. De toeleverende bedrijven hebben een aandeel van zo’n 37% in de totale werkgelegenheid van dit complex, de verwerkende industrie ongeveer 17% en de distributiebedrijven ruim 7%.


Kies een sector
Contactpersoon
David Verhoog
070-3358180
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven