Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Macro-economie
     
Macro-economie
Kies een indicator
Resultaat primaire sector - Land- en tuinbouw

Inkomen totale land- en tuinbouw stijgt
De bruto toegevoegde waarde van de totale agrarische sector is in 2016 met zo'n 3,5% gestegen tot ongeveer 10,2 miljard euro. Ook het resterende inkomen van de agrarische sector steeg ten opzichte van 2015, en wel met ruim 300 miljoen euro tot ongeveer 3,2 miljard euro. In 2016 is de ruilvoet van de agrarische sector fors verbeterd: de gemiddelde prijs voor de totale intermediaire kosten daalde aanmerkelijk sterker dan de gemiddelde prijs van de opbrengsten.De productiviteit vertoonde voor het tweede jaar op rij een lichte achteruitgang.

Het resterend inkomen van de land- en tuinbouw wordt bepaald door de bruto toegevoegde waarde te verminderen met afschrijvingen, betaalde factorkosten (loon, rente, pacht) en het saldo van niet-productgebonden subsidies en heffingen. Het resterend inkomen in 2016 is becijferd op 3,2 miljard euro, wat ruim 11% hoger is dan in 2015.

De afschrijvingen in de agrarische sector zijn in 2016 nagenoeg gelijk gebleven. Iets hogere prijzen en een iets lager volume liggen hieraan ten grondslag.

Voor de nieuwe bedrijfstoeslagregeling, die in 2015 is ingevoerd, krijgt iedere deelnemer nieuwe betalingsrechten en vervallen de huidige toeslagrechten. Het aantal betalingsrechten wordt bepaald op basis van de oppervlakte grond die bij de Gecombineerde Data Inwinning (GDI) 2015 wordt opgegeven. De jaarlijkse uitbetaling zal gekoppeld zijn aan het hebben van een geldige KvK-inschrijving. Omdat er in 2015 minder betalingsrechten zijn toegekend dan verwacht, is de waarde van de betalingsrechten met terugwerkende kracht per 15 mei 2016 met 1,874% verhoogd. Omdat de betalingsrechten ook worden gekenmerkt door een jaarlijkse afname, zijn ze in de raming constant verondersteld. De niet-productgebonden heffingen komen in 2015 hoger uit, vooral door stijgende waterschapslasten.
 


De betaalde factorkosten worden in 2016 gekenmerkt door hogere loonkosten en lagere uitgaven voor pacht en rente. Het aantal betaalde arbeidskrachten in de agrarische sector is in 2016 iets toegenomen. De uurlonen namen met ongeveer 1,5% toe, maar door ruim 2% hogere werkgeverslasten en sociale premies namen de totale loonkosten met bijna 2,5% toe. Door de verdere daling van het rentepercentage daalde het bedrag aan betaalde rente net als vorig jaar met ongeveer 10%, terwijl ook de ontvangen rente fors daalt. 

De pachtprijs voor alle pachtvormen samen is gestegen van 567 euro in 2008 tot 737 euro per ha in 2015, een gemiddelde stijging van 3,8% per jaar. De prijs voor pacht met prijsbeheersing nam jaarlijks toe met gemiddeld 4,2%; pacht zonder prijsbeheersing 3,0%.

Voor alle pachtvormen samen wordt voor 2016 uitgegaan van een stijging van de prijs met 10% terwijl het volume zo'n 3% lager is geraamd.


Kies een sector
Contactpersoon
David Verhoog
070-3358180
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven