Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Macro-economie
     
Macro-economie
Kies een indicator
Landbouw in de EU - Land- en tuinbouw

Hoger inkomen Nederlandse landbouw bij dalend Europees gemiddelde

De netto toegevoegde waarde per arbeidskracht in de Nederlandse landbouw is in 2016 met 7,6% toegenomen. Daarmee behoort de Nederlandse landbouw samen met die van Hongarije, Kroatië en Tsjechië tot de vier sterkste stijgers in de EU-28. Sterke dalingen van de toegevoegde waarde per arbeidskracht in de landbouw deden zich voor in Denemarken (-25,1%), Frankrijk (-15,9%) en België (-12,5%).





De netto toegevoegde waarde per arbeidskracht wordt door Eurostat gehanteerd als de indicator om de inkomensontwikkeling in de EU-lidstaten met elkaar te vergelijken. Gemiddeld genomen nam het inkomen in de lidstaten in 2016 met 2,1% af. In zestien landen is sprake van een stijging van deze indicator. In Hongarije is de toename van de netto toegevoegde waarde per arbeidskracht dit jaar het grootst, gevolgd door Kroatië dat vorig jaar ook al een sterke toename liet zien. Opnieuw speelt in dit laatste land een forse toename van de subsidies een belangrijke rol. Opvallend is de relatief sterke toename van de indicator in de oostelijke lidstaten met uitzondering van Letland en Estland. Estland raamt fors lagere volumes en prijzen voor met name graan en oliezaden. In de overige oostelijke lidstaten zoals Polen en Hongarije draagt een hogere productie bij tot het positieve resultaat. De sterkste daling van de toegevoegde waarde per arbeidskracht deed zich, net als vorig jaar, voor bij de ons omringende lidstaten: Denemarken (-25,1%), Frankrijk (-15,9%) en België (-12,5%) en in iets mindere mate bij Duitsland (-4,6%) en het Verenigd Koninkrijk (-4,1%). Deze landen kenmerken zich door lagere gewasopbrengsten en lagere prijzen voor dierlijke producten. Voor met name rundvee, eieren en melk werden in 2016 fors lagere prijzen gerealiseerd. Nederland kon deze prijsdaling voor dierlijke producten, in tegenstelling tot de andere omringende lidstaten, gedeeltelijk compenseren. Dit komt door de, in productiewaarde gemeten, grote omvang van de tuinbouwsector (groenten, planten en bloemen) en de voor dit jaar geraamde hogere prijzen voor bloemen en planten.



In de EU-28 is het volume van de totale agrarische productie met 0,5% afgenomen. Met name de plantaardige productie daalde sterk (-2,5%), terwijl in de dierlijke sectoren, net als vorig jaar, ongeveer 2% meer werd geproduceerd. De afname van de productie in de akkerbouw- en tuinbouwsector doet zich voor bij alle belangrijke producten met uitzondering van suikerbieten. In de veehouderijsectoren neemt de productie van vlees, eieren en melk met gemiddeld 2 tot 3% toe. Alleen bij overige dieren en overige dierlijke producten nam de productie af. De prijzen in de Europese land- en tuinbouw dalen in 2016 met gemiddeld 1,8%. In de dierlijke sector dalen de prijzen dit jaar zeer sterk voor rundvlees (-3,5%), pluimveevlees (-5,5%), melk (-6,5%) en eieren (-10%). Deze producten dragen samen voor meer dan 70% bij aan de totale dierlijke productie in de EU-28. In de plantaardige sector zijn de prijzen gemiddeld 0,5% lager dan in 2015. Met name de fors lagere prijzen voor granen (-8,5%) dragen hieraan bij. Voor aardappelen (+17,5%), citrus fruit (+12,5%) en druiven (+13%) werden in 2016 wel fors hogere prijzen gerealiseerd.De hoeveelheid aangekochte goederen en diensten neemt in 2016 met 0,5% toe. Onder invloed van de hogere productie in de dierlijke sectoren werd zo’n 1,5% meer veevoer aangekocht. De gemiddelde prijs voor alle kosten nam met 2% af. Vooral aangekochte veevoeders (-2,5%), kunstmest (-7,5%) en energie (-9%) noteren in 2016 lagere prijzen. Voor energie is dit het tweede opeenvolgende jaar met een forse prijsdaling. De bruto toegevoegde waarde in de totale EU neemt door deze ontwikkelingen, voor het derde opeenvolgende jaar, met zo’n 3% af. Lagere afschrijvingen, toegenomen arbeidskosten en hogere subsidies leiden, net als in 2015, tot een daling van het factorinkomen, dit jaar met bijna 3%. Door een 1,5% kleiner arbeidsvolume daalt het inkomen per arbeidskracht zodoende met iets meer dan 2%. In absolute zin is het factorinkomen per arbeidskracht in Nederland het hoogst van alle EU-lidstaten, ruim drie keer zo hoog als het Europese gemiddelde.


Kies een sector
Contactpersoon
David Verhoog
070-3358180
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
7107262/5-15122015-BP-EN.pdf/ed3d0366-88e8-4187-ab6d-0a33d14b2d0f
ed3d0366-88e8-4187-ab6d-0a33d14b2d0f


 



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven