Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Macro-economie
     
Macro-economie
Kies een indicator
Landbouw in de EU - Land- en tuinbouw

Stijging inkomen Nederlandse landbouw boven Europees gemiddelde
18-12-2017

De netto toegevoegde waarde per arbeidskracht in de Nederlandse landbouw is in 2017 met 22,9% toegenomen. Daarmee behoort de Nederlandse landbouw, net als vorig jaar, tot de vijf sterkste stijgers in de EU-28. Gemiddeld was de stijging 8,5%. Alleen in Estland, Denemarken, Ierland en Luxemburg was de toename sterker. Forse dalingen van de toegevoegde waarde per arbeidskracht in de landbouw (meer dan -10%) deden zich voor in Finland (-15,7%) en Slovenië (-15,4%).



De netto toegevoegde waarde per arbeidskracht wordt door Eurostat gehanteerd als de indicator om de inkomensontwikkeling in de EU-lidstaten met elkaar te vergelijken. Gemiddeld genomen nam het inkomen in de lidstaten in 2017 met 8,5% toe. In twintig lidstaten is sprake van een stijging van deze indicator. In Estland is de toename van de netto toegevoegde waarde per arbeidskracht dit jaar het grootst, gevolgd door Denemarken. Beide landen lieten vorig jaar nog de grootste afname zien. Er is hier dus een herstel opgetreden. Zowel Denemarken als Estland rapporteren fors hogere prijzen voor granen, rundvee, varkens en melk. Dit jaar laten alleen Finland en Slovenië een daling van de netto toegevoegde waarde per arbeidskracht zien van meer dan 15%. Voor deze landen ligt hier een verschillende oorzaak aan ten grondslag. Voor Finland vallen de zeer sterke prijsdalingen voor vrijwel alle producten op, terwijl in Slovenië de productie van bijna alle gewassen daalde. Voor vrijwel alle landen geldt dat, net als in Nederland, de positieve ontwikkeling van de toegevoegde waarde per arbeidskracht wordt gedragen door fors hogere prijzen in de dierlijke sectoren. Bij de plantaardige productie is het beeld meer divers. Zo zien we bij de granen voor de meeste oostelijke lidstaten lagere volumes terwijl in heel Europa wel hogere prijzen worden gerealiseerd. Prijzen voor aardappelen zijn over het algemeen juist lager bij een hogere productie. In de wijnproducerende lidstaten heeft wijn een belangrijk aandeel in de totale opbrengstwaarde van de plantaardige productie. In Frankrijk, Spanje en Italië daalde de wijnproductie sterk, terwijl die in Portugal en Oostenrijk flink groeide. Alleen in Duitsland en Spanje werd de lagere productie gecompenseerd door hogere prijzen. Nederland kent, met de in productiewaarde gemeten grote omvang van de glastuinbouwsector (groenten, planten en bloemen), een soortgelijke uitzondering. Voor het tweede opeenvolgende jaar werden hogere prijzen voor bloemen en planten geraamd. Mede daardoor kwam de totale plantaardige productiewaarde in 2017 hoger uit.



In de EU-28 is het volume van de totale agrarische productie met 0,5% toegenomen. De plantaardige productie steeg (+1%), terwijl in de dierlijke sectoren de productie nagenoeg gelijk bleef. De toename van de productie in de akkerbouw- en tuinbouwsector doet zich voor bij alle belangrijke producten. Met name voor suikerbieten was er dit jaar, net als in Nederland, een zeer forse productie toename (+22%). De productie van fruit, druiven, olijven en wijn In EU-28 daalde in 2017. In de veehouderijsectoren werden er meer eieren en melk geproduceerd. Bij varkens, overige dieren en overige dierlijke producten nam de productie juist af. De prijzen in de Europese land- en tuinbouw stegen in 2017 met gemiddeld 4,4%. In de dierlijke sector waren er forse stijgingen bij melk (+18,4%), eieren (+13,5%) en varkens (+12,1%). Deze producten dragen samen voor bijna 50% bij aan de totale dierlijke productie in de EU-28. Ook in de plantaardige sector zijn de prijzen dit jaar iets hoger (+0,6%) dan in 2016. De forse prijsdaling bij aardappelen (-20%) is overtroffen door gemiddeld hogere prijzen voor de meeste andere plantaardige producten zoals granen (+3,4%), groenten (+4,5%) en wijn (+5,3%). Ook de prijs van olijfolie (+20%) name fors toe. De hoeveelheid aangekochte goederen en diensten nam in 2017 met 0,6% toe. Ondanks de nagenoeg gelijkblijvende dierlijke productie werd er in de EU-28 wel ruim 1% meer veevoer aangekocht. De gemiddelde prijs voor alle kosten nam met 0,7% toe. Met name energie werd duurder (+6,6%) terwijl aangekocht veevoer en kunstmest, net als vorig jaar, respectievelijk bijna 1% en 4% in prijs daalden. De bruto toegevoegde waarde in de totale EU nam door deze ontwikkelingen voor het eerst na drie jaar weer toe (+10%). Hogere afschrijvingen en belastingen, toegenomen arbeidskosten en lagere subsidies hebben geleid tot een stijging van het factorinkomen van ruim 10%. Door een nagenoeg gelijk blijvend arbeidsvolume steeg het gemiddelde inkomen per arbeidskracht in EU-28, gecorrigeerd voor inflatie, met iets meer dan 8,5%. In absolute zin is het factorinkomen per arbeidskracht in Nederland het hoogst van alle EU-lidstaten, ruim drie keer zo hoog als het Europese gemiddelde.


Kies een sector
Contactpersoon
David Verhoog
070-3358180
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
7107262/5-15122015-BP-EN.pdf/ed3d0366-88e8-4187-ab6d-0a33d14b2d0f
ed3d0366-88e8-4187-ab6d-0a33d14b2d0f


 



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven