Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Klimaat
     
Klimaat
Kies een indicator
Broeikasgasemissie - land- en tuinbouw

Stabilisatie broeikasgasemissies uit de land- en tuinbouw
19-12-2016

De broeikasgasemissie uit de land- en tuinbouw was in 2015 gelijk aan die van 2005 en bedroeg ruim 27 Mton CO2-equivalenten. Ten opzichte van de emissie in de jaren negentig van bijna 34 Mton CO2-equivalenten is de emissie in de periode 2010-2015 met 18% afgenomen.

Het aandeel van de land- en tuinbouw in de totale broeikasgasemissies in Nederland is iets afgenomen van 15% in de jaren negentig tot 13 à 14% in de laatste tien tot vijftien jaar.

Het aandeel in de emissies dat afkomstig is van methaan is de afgelopen 20 jaar geleidelijk gestegen van 50 naar ruim 55%. Het aandeel lachgas daarin is gezakt van rond de 25% in de jaren negentig naar 19% in de laatste jaren. Het aandeel broeikasgas afkomstig van CO2 schommelt rond de 25%. Het jaar 2010 vertoont hierin een piek met een aandeel van bijna 30%. De oorzaak daarvan was de toename van het aantal warmtekrachtinstallaties in de tuinbouw tussen 2006 en 2010.
 
Herkomst van broeikasgassen
De emissie van koolstofdioxide (CO2 ) is vooral afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen. De glastuinbouw heeft hier een belangrijke bijdrage in. De emissie van de overige broeikasgassen zijn vooral afkomstig uit de veehouderij. Methaanemissie vindt hoofdzakelijk plaats bij de pens- en darmfermentatie van graasdieren en uit de opslag van dierlijke mest. De emissie van lachgas ontstaat bij de opslag van mest. Beweiding en de toepassing van mest en kunstmest veroorzaken zowel directe emissies van lachgas vanuit de bodem naar de lucht als indirecte emissies na depositie van ammoniak en na uit- en afspoeling van stikstof naar grond- en oppervlaktewater.

Reductie van broeikasgassen
De broeikasgasemissie uit de land- en tuinbouw is ten opzichte van 1990 met 18% gedaald. De doelstelling is om ten opzichte van 1990 in 2020 de CO2-emissie met 3,5 Mton te reduceren (45%) en de emissie van methaan en lachgas met 4-6 Mton CO2-equivalenten (15-23%).

De uitstoot van koolstofdioxide daalt, vooral als gevolg van energiebesparing in de glastuinbouw. In de periode 2006 - 2010 steeg de CO2-emissie, omdat de glastuinbouw meer aardgas gebruikte door een toename van het aantal warmtekracht-installaties (wkk) in verband met elektriciteitsproductie. De inzet van meer wkk is echter juist een doelstelling van het agroconvenant en kan worden opgevat als een CO2-reductie. Per saldo treedt namelijk een verschuiving op van de emissie van de energiesector naar de glastuinbouw, waarbij de totale landelijke CO2-emissie afneemt (AgentschapNL, 2011).

In 2015 is een reductie van de emissie van lachgas van 3,7 Mton CO2-equivalenten bereikt ten opzichte van 1990. Dit is vooral het gevolg van een afname van het gebruik van dierlijke mest en kunstmest. Daarnaast is de methaanemissie met 1,5 Mton CO2-equivalenten gedaald. De belangrijkste oorzaak hiervan is een afname van het aantal runderen tussen 1990 en 2000 die met de emissie uit pens- en darmfermentatie een belangrijk aandeel hebben in de methaanemissie.








Kies een sector
Contactpersoon
David Verhoog
070-3358180
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • AgentschapNL, 2011. Energie- en klimaatmonitor Agrosectoren 2011.
  • website Emissieregistratie.
  • IPCC, 2013. International Panel on Climate Change. Working Group I, 5th assessment report


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven