Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Duurzaamheid
     
Duurzaamheid
Kies een indicator
Herpes en oesterboorder - oestervisserij

Potentiële impact Japanse oesterboorder en oester herpesvirus op oestersector groot
1-4-2016

De Japanse oester, ook wel bekend als de Zeeuwse creuse, is de gangbare oester die in Nederland en daarbuiten gebruikt wordt voor kweekdoeleinden. Sinds 2001 fluctueerde de jaarlijkse productie hiervan tussen de 18 en 35 miljoen, waarbij er in de meeste jaren tussen de 25 en 30 miljoen geproduceerd werden. Naar verwachting zal de productie in 2016 en 2017 echter substantieel lager liggen. Dit komt door de gecombineerde impact van de Japanse oesterboorder en het oester herpesvirus. Omdat er nog geen zicht is op een verbetering in deze situatie kan dit betekenen dat enkele oesterkwekers genoodzaakt zijn om hun kweekactiviteiten tijdelijk of permanent te moeten staken.

JapanseOesterboorders
Het oester herpesvirus
Sinds een paar jaar komt er in de Oosterschelde en Grevelingen de variant OsHV-1 µvar van het herpesvirus voor, een voor mensen ongevaarlijke variant. Dit oester herpesvirus wordt actief zodra de watertemperatuur boven de 16°C uitkomt en kan leiden tot hoge sterfte onder oesterlarven en oesterbroed (zeer kleine, jonge oesters). Dit virus heeft in Frankrijk geleid tot een sterfte tussen de 20 en 100% (Dundon et al., 2011; Kamermans et al., 2013). In Nederland is nog geen structureel onderzoek gedaan naar de sterftepercentages. Op basis van signalen uit de sector lijken deze te liggen tussen de 80% (bij gedeeltelijk droogvallende percelen) en 95% (bij permanent onder water zijnde kweekpercelen) (pers. med. A. Cornelisse).

De Japanse oesterboorder
Naast het voorkomen van het oesterherpesvirus is er een tweede bedreiging: de Japanse oesterboorder. Dit zijn kleine roofslakken die een gaatje boren in jonge oesters en daarna het vlees opeten. Deze komt in groten getale voor op de kweekpercelen in de Oosterschelde. Ook hiervan zijn de sterftepercentages in Nederland niet onderzocht. Wereldwijd gezien variëert het sterftepercentage tussen de 25 en 70%, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden (Buhle en Ruesink, 2009a; Fey, 2010).

Gecombineerde sterfte
De exacte sterftepercentages van jonge oesters door de Japanse oesterboorder en het oesterherpesvirus in Nederland zijn onbekend omdat hier geen structureel onderzoek naar gedaan wordt. Vanuit de sector zelf komt het signaal dat de gecombineerde sterfte op kweekpercelen lijkt te liggen tussen de 95% en 100% (pers. med. A. Cornelisse en M. Boone).

Impact op de sector
Japanse oesters zijn na drie tot vijf jaar geschikt voor consumptie. Door de hoge sterfte onder de jonge oesters gedurende de periode 2014-2015 zal er volgens de kwekers op de kweekpercelen binnen één tot twee jaar een substantieel lagere voorraad verkoopbare oesters aanwezig zijn. De oudere, nog aanwezige consumptiewaardige oesters zullen in de periode 2016-2017 verkocht worden en daarmee wezenlijk in aantal afnemen. Omdat deze afname niet gecompenseerd wordt door nieuwe aanwas schat men in dat de opbrengst van de kweekpercelen met minstens 80% zal afnemen (pers. med. A. Cornelisse en M. Boone).

Fluctuaties daar gelaten worden er in Nederland jaarlijks tussen de 25 en 30 miljoen Japanse oesters geproduceerd. Door de gecombineerde impact van het herpesvirus en de Japanse oesterboorder is deze productie gedaald van 37 miljoen stuks in 2010 tot 20 miljoen in 2015. Naar verwachting zal de productie in 2016 de 10 miljoen stuks benaderen. Voor 2017 is nog geen schatting gemaakt, maar dit zal naar alle waarschijnlijkheid minder zijn dan in 2016 (Bronnen: Pvis, voorlopige cijfers CBS 2016, pers. med. NOV 2016, Bedrijveninformatienet 2016 en pers. med. A. Cornelisse 2016).

Uitgaande van een forfaitaire waarde van 10 cent per Japanse oester zou de jaarlijkse omzet in deze oesters kunnen dalen van ongeveer 3,7 mln. euro in 2010 tot ongeveer 1 mln. euro in 2016. Omdat Nederland een kleine speler is op de wereldmarkt zal het lagere aanbod niet direct leiden tot hogere marktprijzen die de verlaagde productie en hogere productiekosten kunnen compenseren.

Zonder extra maatregelen zal de teruglopende productie met name een impact hebben op de 11 actieve bedrijven die voor meer dan 75% afhankelijk zijn van de kweek. Voor de overige 19 actieve (voornamelijk handels)bedrijven zal de verwachte impact waarschijnlijk minder groot zijn, omdat deze hun inkomsten ook uit andere activiteiten halen en/of oester importeren uit andere gebieden (bron: Bedrijveninformatienet). Op de 10 niet-actieve bedrijven zal dit geen noemenswaardige impact hebben.



Kies een sector
Contactpersoon
Mike Turenhout
070-3358291
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • Buhle, E.R. en J.L. Ruesink (2009a) Impacts of Invasive Oyster Drills on Olympia Oyster (Ostrea lurida Carpenter 1864) Recovery in Willapa Bay, Washington, United States. Journal of Shell-fish Research 28:87-96
  • Dundon, W.G., I. Arzul, E. Omnes, M. Robert, C. Magnabosco, M. Zambon, en G. Arcangeli (2011). Detection of Type 1 Ostreid Herpes variant (OsHV-1 µvar) with no associated mortality in French-origin Pacific cupped oyster Crassostrea gigas farmed in Italy. Aquaculture, 314(1), 49-52.
  • Fey, F.E., A.M. van Den Brink, J.W.M. Wijsman en O.G. Bos (2010) Risk assessment on the possible introduction of three predatory snails (Ocinebrellus inornatus, Urosalpinx ciner-ea, Rapana venosa) in the Dutch Wadden Sea. Wageningen IMARES, Rapport nummer: C032/10, 88 pagina's.
  • Kamermans, P., M. Poelman en M.Y. Engelsma (2013) Oesterherpesvirus: een overzicht. IMARES, Rapport nummer: Factsheet, 2 pagina's
  • NOV (2015) http://www.zeeuwseoesters.nl/de_oestersectorNL.html
Aanvullende gegevens zijn afkomstig uit interviews met kwekers A. Cornellisse en M. Boone.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven