Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Economisch resultaat
     
Economisch resultaat
Kies een indicator
Inkomen uit bedrijf - Land- en tuinbouw

Verbetering gemiddeld inkomen, maar verschillen zeer groot
19-12-2016

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf voor de land- en tuinbouwbedrijven in 2016 wordt geraamd op ongeveer 53.000 euro per onbetaalde aje. Dat is een stijging van 6.000 euro ten opzichte van 2015. Binnen de land- en tuinbouw zijn er ieder jaar grote inkomensverschillen, zowel tussen als binnen de verschillende bedrijfstypen. De sterkste inkomensstijging in 2016 komt voor rekening van de varkensbedrijven. Het inkomen komt daar uit op een hoog niveau. Ook de inkomens van snijbloemen- en pot- en perkplantenbedrijven verbeterden sterk. De melkveehouders kijken terug op een economisch teleurstellend verlopen jaar, vooral door een gemiddeld lage melkprijs. De melkprijs trekt echter inmiddels wel aan.

Melkveehouderij in mineur, varkenshouderij historisch hoog
De ontwikkeling van de resultaten in de varkenshouderij vormt in 2016 de positieve uitzondering binnen de veehouderij. Door hogere prijzen van zowel biggen als vleesvarkens en lagere prijzen van voer stijgen de inkomens tot boven de 100.000 euro per onbetaalde aje, een niveau dat niet eerder is gehaald. Kanttekening daarbij is wel dat in 2015 door zeugenbedrijven nog het historisch dieptepunt werd behaald. Schommelende prijzen bij een groeiende gemiddelde bedrijfsomvang leiden tot een zeer volatiel inkomen.
De andere veehouderijbedrijven hebben in 2016 over het algemeen te maken met lagere opbrengstprijzen dan in 2015. De opbrengsten per bedrijf vallen daardoor lager uit en de inkomens staan met name in de melkveehouderij onder druk. De grotere productie moest tegen lagere prijzen worden afgezet. Bij biologische melkveebedrijven en de melkgeitenbedrijven waren de resultaten ook minder dan voorgaand jaar, maar de daling was minder sterk. Het inkomen blijft bij die bedrijven gemiddeld dan ook hoog. Bij de kosten zijn er in 2016 op bedrijfsniveau geen bijzonder grote wijzigingen te zien, doordat twee effecten elkaar compenseren. De voerkosten per dier dalen door lagere voerprijzen. Maar door groei van de bedrijven, dus meer dieren per bedrijf, wordt die daling per dier toch vertaald in een kleine stijging van de totale voerkosten per bedrijf.
In de figuren komt het grote verschil in de opbrengsten en kosten tussen de bedrijfstypen tot uitdrukking. Bij vleeskuikenbedrijven belopen de opbrengsten gemiddeld ongeveer 1,7 miljoen euro, terwijl het op melkveebedrijven gemiddeld om 3,5 ton gaat. Het verschil in inkomen is echter veel kleiner dan het verschil in opbrengsten. Daaruit blijkt dat de marges in het algemeen in de intensieve veehouderij veel smaller zijn dan in de grondgebonden veehouderij.




Inkomens akker- en tuinbouw op hoog niveau
Voor de meeste bedrijfstypen met plantaardige producten zal 2016 - volgens de inkomensraming - de boeken ingaan als een jaar met goede resultaten. Voor glastuinbouwbedrijven is 2016 zelfs een bijzonder goed jaar. In de sierteelt is een sterk herstel van het resultaat. En in de glasgroententeelt is er weliswaar een inkomensdaling, maar het inkomen blijft wel hoog ten opzichte van eerdere jaren. Voor akkerbouw-, vollegrondsgroenten- en bloembollenbedrijven wordt een kleine inkomensachteruitgang geraamd, vooral vanwege lagere opbrengstprijzen. Voor de producten van fruit- en boomkwekerijbedrijven is er wel een prijs- en inkomensherstel.
  
Ook tussen deze bedrijfstypen zijn er grote verschillen in bedrijfsopzet en marge. Bij de glastuinbouwbedrijven bedragen de opbrengsten gemiddeld meer dan 2 miljoen euro, terwijl het bij akkerbouwbedrijven om 'slechts' ongeveer 325.000 euro gaat. Bij de akkerbouwers resteert in 2016 ongeveer 21% van de opbrengsten als inkomen van de ondernemersgezinnen, terwijl het in de glastuinbouw om 18% gaat. Ook in dit percentage blijkt het goede resultaat van de glastuinbouw in 2016. Over een langere periode bezien (2010-2015) resteerde daar namelijk gemiddeld maar 8%, terwijl het bij akkerbouwbedrijven over diezelfde periode om 22% ging.





Met onderstaande figuur kunnen bedrijfstypen over een langere periode met elkaar worden vergeleken. Het historisch hoge inkomensniveau van de glasgroenten- en zeugenbedrijven en het lage inkomensniveau van de melkveebedrijven komt daarin duidelijk naar voren. In de melkveehouderij is in de afgelopen 16 jaar alleen in 2009 het resultaat gemiddeld lager geweest dan in 2016. Dat resultaat stond destijds ook onder invloed van een lage melkprijs, maar ook de afschrijving van het melkquotum drukte toen op het inkomen. Bij de ontwikkeling van het inkomen speelt behalve de ontwikkeling van opbrengstprijzen ook de dynamiek in de sector een rol. Het berekende gemiddelde bedrijf verandert voortdurend, onder andere door stoppende bedrijven. De stoppers zijn over het algemeen bedrijven met wat lagere inkomens, hetzij doordat ze kleiner zijn en daardoor een lager inkomen behaalden, hetzij doordat de resultaten tegenvielen en ze daardoor min of meer gedwongen niet overgenomen werden. 
 


Grote verschillen tussen bedrijven
Voor elk jaar geldt dat er grote verschillen zijn tussen bedrijven, zowel tussen als binnen bedrijfstypen. De hoogte van het inkomen van een bedrijf hangt onder andere samen met de financiĆ«le positie, de marktstrategie, de bedrijfsomvang, de bedrijfsopzet, het productenpakket en de prijsvorming van die producten. Uiteraard spelen bij al die punten ook vakmanschap en managementkwaliteiten van de ondernemers een rol. Bij de schommeling van het inkomen tussen jaren speelt vooral de prijsvorming van de producten een grote rol.

Onderstaande figuur geeft zowel het gemiddelde inkomen per onbetaalde aje weer (de lijn) als de spreiding ervan (het vlak). Per jaar geldt dat 60% van de bedrijven een inkomen haalt dat in het groene vlak ligt. Twintig procent van de bedrijven scoort lager dan de ondergrens van het groene vlak en een even grote groep scoort hoger dan de bovengrens van het vlak. Voor 2016 betekent dat, dat bij 20% van de bedrijven het inkomen per onbetaalde aje grofweg lager is dan -9.800 euro, dat bij 60% van de bedrijven het inkomen tussen -9.800 en +76.000 euro ligt en dat bij de resterende 20% het inkomen hoger is dan 76.000 euro per onbetaalde aje. Gezien de verschillen in resultaten tussen de sectoren liggen in 2016 de glastuinbouw-, varkens- en geitenbedrijven vooral aan de bovenkant van de inkomensverdeling en de melkvee- en leghennenbedrijven aan de onderkant.




Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven