Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Dierenwelzijn
     
Dierenwelzijn
Kies een indicator
Diergezondheidskosten - varkenshouderij

Diergezondheidszorg varkenshouderij: minder antibiotica, meer vaccinaties
8-7-2016

De afgelopen jaren is het antibioticagebruik in de varkenshouderij fors gedaald. Toch heeft dit niet geleid tot een daling van de diergezondheidskosten. Sinds 2009 zijn deze kosten zelfs toegenomen, althans in de zeugenhouderij. Deze kostenstijging lijkt vooral het gevolg te zijn van een toename van vaccinaties. De verschillen tussen bedrijven met zeugen zijn echter groot.

Uit onze analyse blijkt dat zeugenbedrijven met hogere diergezondheidskosten groter zijn, meer biggen per zeug produceren en meer vaccineren. Ruim 40% van de verschillen in diergezondheidskosten kunnen worden verklaard uit het aantal vaccinaties. Bij export van biggen wordt op verzoek van de afnemers veel gevaccineerd tegen Circo, Mycoplasma en PRRS. Er blijkt geen directe significante relatie te zijn tussen de hoogte van de diergezondheidskosten en het antibioticagebruik. Het gebruik van antibiotica lijkt te worden beïnvloed door diverse managementfactoren, zoals voeding en productietechnische kengetallen.

Hogere diergezondheidskosten
Het antibioticagebruik op varkensbedrijven is in de periode 2009-2014 (meer dan) gehalveerd. Bij zeugen is het aantal dagdoseringen per dierjaar gedaald van 25 in 2009 naar 11 in 2014, een daling van 56%. Bij vleesvarkens was de reductie iets kleiner: van 16 dagdoseringen in 2009 naar 8 in 2014. Het is opvallend dat de sterke vermindering van het antibioticagebruik in de zeugenhouderij niet heeft geleid tot een daling van de diergezondheidskosten. Deze kosten blijken zelfs te zijn toegenomen van € 68 per zeug in 2009 tot € 85 per zeug in 2014, dat is een stijging van 25%. Bij vleesvarkens zijn de diergezondheidskosten in de jaren 2009-2011 duidelijk gedaald en in de jaren daarna ook lager gebleven.

Geaggregeerd naar de totale varkenshouderij zijn de totale diergezondheidskosten per saldo met 11% toegenomen van € 84 miljoen in 2009 naar bijna € 94 miljoen in 2014, waarvan een groot deel kan worden verklaard door de jaarlijkse inflatie van een a twee procent.

Grote verschillen in diergezondheidskosten op bedrijven met zeugen
Onderzocht is waarom sommige zeugenbedrijven hogere diergezondheidskosten hebben dan andere bedrijven. Er is gekeken of deze bedrijven veel kosten maken voor antibiotica of dat er juist meer geld wordt uitgeven aan preventieve gezondheidszorg, bijvoorbeeld voor begeleiding door de dierenarts of voor extra vaccinaties.

De resultaten van bedrijven met zeugen (gespecialiseerde zeugen- en gesloten varkensbedrijven) en antibiotica-gegevens in het Bedrijven-Informatienet zijn geanalyseerd. Hiertoe zijn twee even grote groepen bedrijven gemaakt: de helft van de bedrijven met de hogere gezondheidskosten zijn vergeleken met de andere helft van de bedrijven met de lagere diergezondheidskosten. Het verschil in gezondheidskosten is gemiddeld € 44 per zeug per jaar. Hieruit blijkt dat bedrijven met hogere diergezondheidskosten groter zijn en meer biggen per zeug per jaar grootbrengen dan bedrijven met lagere kosten. Het verschil in saldo per zeug per jaar is echter zeer gering omdat tegenover hogere opbrengsten ook hogere toegerekende kosten staan. 


Tabel: Tweedeling van bedrijven met zeugen naar kosten van gezondheidszorg per zeug per jaar in 2014
Kosten gezondheidszorg per zeug per jaar                                         laag           hoog       totaal 
 aantal bedrijven  520 550 1.070
 aantal zeugen per bedrijf 440 790 620
 aantal vleesvarkens per bedrijf 1.400 1.000 1.200
 aantal varkensrechten per bedrijf 2.350 3.125 2.718
 aantal levend geboren biggen per zeug per jaar 33,1 34,2 33,8
 aantal grootgebrachte biggen per zeug per jaar 27,9 29,0 28,6
 uitval biggen (%) 15,7 15,4 15,5
 opbrengstprijs (€ per big) 43,00 45,00 44,3
 antibioticagebruik (dagdoseringen per dierjaar)9,3  14,1 12,3
 Saldoberekening (€ per zeug per jaar):   
 opbrengsten 1.149 1.238 1.207
 toegerekende kosten 763 846 817
 waarvan gezondheidszorg 59 103 88
                voerkosten 610 650 636
 Saldo 389392391

Uit nadere analyse blijkt dat er geen directe significante relatie is tussen de hoogte van de diergezondheidskosten en het antibioticagebruik. Diverse managementfactoren (zoals voeding, productietechnische kengetallen) lijken van invloed te zijn op de hoogte van het antibioticagebruik, maar een eerste analyse levert nog geen eenduidig beeld op. Deze relaties zouden nader onderzocht kunnen worden.

Hogere diergezondheidskosten door meer vaccinaties
In het Bedrijveninformatienet is geen actuele specificatie bekend van de kosten voor diergezondheidszorg. Uit een eerder onderzoek is wel gebleken dat de diergezondheidskosten voor een groot deel bestaan uit de kosten van vaccinaties en antibiotica (LEI, 2001). Zoals eerder aangegeven is er geen direct verband tussen de diergezondheidskosten en het antibioticagebruik, maar vermoedelijk wordt op de bedrijven met hogere kosten wel meer gevaccineerd.

Om deze hypothese te toetsen zijn recente gegevens over medicijngebruik op de zeugenbedrijven in het Bedrijven-Informatienet geanalyseerd. Voor 2014 is voor 43 bedrijven met zeugen een schatting gemaakt van het aantal vaccinaties per gemiddeld aanwezige zeug. De bedrijven met hogere diergezondheidskosten blijken inderdaad meer te vaccineren. Het is zelfs zo dat ruim 40% van de verschillen in diergezondheidskosten kunnen worden verklaard uit het aantal vaccinaties. Onderstaande figuur geeft de statistisch geschatte relatie weer tussen diergezondheidskosten en vaccinaties (lineaire regressie; p=0,00; r2 = 0,43; adj. r2 = 0,41). 

Relatie tussen diergezondheidskosten en aantal vaccinaties per zeug per jaar in 2014
Bron: Bedrijveninformatienet
Voetnoot: Vaccinaties worden voornamelijk aan de biggen toegediend (25 a 30 biggen per zeug per jaar)

Op gespecialiseerde zeugenbedrijven waren in 2014 de gemiddelde diergezondheidskosten 88 euro per zeug. Dat bedrag komt volgens de geschatte relatie in figuur 2 overeen met iets minder dan 60 vaccinaties per gemiddeld aanwezige zeug. De vaccinaties worden grotendeels aan de biggen toegediend: iedere grootgebrachte big gemiddeld krijgt ongeveer 2 vaccinaties op het zeugenbedrijf. Op de 43 onderzochte bedrijven is de verdeling hiervan over de verschillende typen vaccinaties tegen de volgende varkensziekten: 35% Circo-virus infectie, 31% Mycoplasma infecties, 12% PRRS infecties en 22% overige. Uitgaande van twee vaccinaties per big zou dit betekenen dat gemiddeld circa 70% van de biggen wordt ingeënt tegen Circo, 62% tegen Mycoplasma en 24% tegen PRRS.

De vaccinaties zijn bedoeld om ziekten zowel op het zeugenbedrijf maar vooral op het vleesvarkensbedrijf te voorkomen en het antibioticagebruik te verminderen. Bij export van biggen wordt op verzoek van de afnemers veel gevaccineerd tegen Circo, Mycoplasma en PRRS. Het Circo-vaccin werd vanaf 2008 in Nederland aanvankelijk vooral ingezet op bedrijven die biggen leverden aan de Duitse markt. Mycoplasma is een van de belangrijkste veroorzakers van longontstekingen bij varkens. Vanaf begin negentiger jaren heeft de varkenshouderij met het PRRS-virus te maken. Deze ziekte werd eerst ook “Abortus Blauw” genoemd omdat de ongeboren vruchten afstierven met als gevolg een abortus. Naast vruchtbaarheidsstoornissen kwamen er ook griepachtige verschijnselen voor bij alle diercategorieën.


Kies een sector
Contactpersoon
Nico Bondt
0317-484559
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven