Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Balans en financiering
     
Balans en financiering
Kies een indicator
Bezittingen en schulden - Land- en tuinbouw

Balanswaarde land- en tuinbouw stabiliseert in 2014

De gemiddelde balanswaarde van de Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven bedraagt eind 2014 2,7 mln. euro, nagenoeg gelijk aan voorgaand jaar. Hiervan is twee derde gefinancierd met eigen vermogen. Zowel het balanstotaal als de samenstelling ervan verschilt sterk tussen bedrijven en bedrijfstypen. De langlopende schulden zijn verder toegenomen, tot gemiddeld 800.000 euro per bedrijf.



Sinds het begin van deze eeuw is de gemiddelde balanswaarde van de land- en tuinbouw met circa 1,1 mln. euro toegenomen tot 2,7 mln. euro (zie figuur). De toename is vooral veroorzaakt door de groei van de gemiddelde bedrijfsomvang en door de hogere prijs van landbouwgrond. De waarde van grond maakt eind 2014 meer dan de helft uit van de totale balanswaarde, terwijl dat in 2001 nog om 36% ging. De waarde van immateriële activa, vooral quota en dierrechten, bedroeg in 2005 nog bijna 500.000 euro. Sinds 2006 is deze balanspost gestaag aan het dalen tot minder dan 100.000 euro eind 2014. Dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de afschaffing van het melkquotum op 1 april 2015.



Balanswaarde naar bedrijfstype
De akkerbouw heeft met gemiddeld 3,6 mln. euro per bedrijf het hoogste balanstotaal, een stijging van ruim 300.000 euro ten opzichte van vijf jaar geleden (zie figuur). De stijging van de grondprijs is hier grotendeels voor verantwoordelijk. De grond maakt nu meer dan twee derde van het balanstotaal uit.



De gemiddelde balanswaarde van melkveebedrijven is eind 2014 nagenoeg gelijk aan eind 2010: circa 3 mln. euro. De samenstelling van de balans vertoont in deze periode wel grote verschillen. De waarde van de immateriële activa op een gemiddeld melkveebedrijf is door de afschaffing van het melkquotum op 1 april 2015 met bijna 500.000 euro gedaald. Deze daling is gecompenseerd door met name een toename van het aandeel grond op de balans, door zowel groei in areaal als waardestijging. Daarnaast zijn de balanspost bedrijfsgebouwen en dierlijke activa gestegen door investeringen in uitbreiding en groei van de veestapel, vooruitlopend op de afschaffing van de melkquotering.

De gemiddelde waarde van de glastuinbouwbedrijven is de afgelopen vijf jaar met ruim 100.000 euro gedaald tot 3,1 mln. euro. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de waardedaling van installaties (onderdeel van overige materiële activa) en van de grond, ondanks een groei in bedrijfsomvang. Door een aantal jaren met magere economische resultaten staan de investeringen in de sector op een laag pitje. Lichtpuntje voor de sector is wel dat voor het eerst sinds 2010 het balanstotaal weer stijgt en dat deze stijging gepaard gaat met een toename van het eigen vermogen.

Met 2,2 mln. euro is de balanswaarde van de varkensbedrijven het laagst van de ‘grote’ sectoren in de land- en tuinbouw. Wel is er de afgelopen vijf jaar een gestage groei van het balanstotaal, namelijk plus 250.000 euro. De balanswaarde bestaat voor 60% uit grond en gebouwen. De waarde van gebouwen is de laatste jaren gestegen door nieuwe investeringen in varkensstallen.

Grote verschillen solvabiliteit tussen bedrijven
De langlopende schulden van de bedrijven in de land- en tuinbouw liepen tot 2007 sneller op dan de totale balanswaarde, waardoor de solvabiliteit in die periode daalde (zie figuur). Na 2007 is de gemiddelde solvabiliteit redelijk stabiel, rond de 67 à 68%. De solvabiliteit verschilt sterk tussen de bedrijven. Gezien de hoogte van de solvabiliteit kan geconcludeerd worden dat de meeste bedrijven voor het grootste deel met eigen vermogen zijn gefinancierd. De jaarlijkse vorming van eigen vermogen op land- en tuinbouwbedrijven vindt enerzijds plaats door herwaardering van aanwezige activa en anderzijds door mutaties van liquide middelen afkomstig uit besparingen, ontvangen erfenissen en overige vermogensmutaties.
Vanuit het oogpunt van risicobeheer is het belangrijk dat bedrijven over een voldoende grote financiële buffer beschikken om inkomensfluctuaties op te vangen. Een lage solvabiliteit maakt bedrijven kwetsbaar voor dergelijke schommelingen. Bij een kleine 10% van de bedrijven is de solvabiliteit lager dan 35%. Die bedrijven hebben in het algemeen te maken met relatief hoge betalingsverplichtingen aan rente en aflossing. Bij ongeveer één op de vijf bedrijven is het vreemd vermogen groter dan het eigen vermogen.



Solvabiliteit naar bedrijfstype en -grootte
Het verschil in solvabiliteit tussen bedrijven hangt af van de samenstelling van de activa. Over het algemeen geldt dat grondgebonden bedrijfstypen, zoals akkerbouw en melkveebedrijven, een gemiddeld hogere solvabiliteit hebben dan de niet-grondgebonden typen (zie figuur). Maar ook binnen die bedrijfstypen is de spreiding in solvabiliteit tussen bedrijven aanzienlijk. Daarbij speelt de herwaardering van grond een belangrijke rol.



Ook de bedrijfsomvang speelt een rol (zie figuur). In het algemeen geldt op groepsniveau: hoe groter de gemiddelde omvang, hoe lager de gemiddelde solvabiliteit en hoe groter het aandeel bedrijven met een lage solvabiliteit. Die grotere bedrijven, gemeten in Standaard Omzet (SO), zijn vooral te vinden in de (glas)tuinbouw en intensieve veehouderij. Een afzonderlijke blik op de bedrijfstypen melkveehouderij, akkerbouw, varkenshouderij en glastuinbouw bevestigt het beeld dat naar mate de bedrijven groter worden, gemeten in SO, de gemiddelde balanstotalen toenemen en de solvabiliteit daalt. Voor alle hierboven genoemde bedrijfstypen geldt dat deze grootste bedrijven gemiddeld ook de modernste zijn qua gebouwen, glasopstanden en machines (hoogste moderniteit). De hiervoor uitgevoerde investeringen zijn de laatste jaren veelal met bankfinanciering mogelijk geweest, getuige de lagere solvabiliteit.



Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven